De rector spreekt:
Ik was nogal een druk jongetje vroeger. Altijd op straat aan het voetballen of ergens een hut bouwen. Vond alles leuk, klom overal op en viel ook overal weer even hard vanaf. Ik had een strippenkaart voor krammen in mijn hoofd bij de huisarts, deed maximaal een week met een nieuwe broek en ben mijn buurvouw tot op de dag van vandaag dankbaar dat zij iets scherps uit mijn keel wist te halen en mij te bevrijden toen ik vastzat met mijn hoofd tussen de spijlen van ons hek.

Ik realiseer me ook dat ik ben opgegroeid in een fantastische tijd voor kinderen. Als er weer eens iets was, rende ik naar huis, naar mijn moeder. Ik wist zeker dat ze thuis was. Altijd! Ze verpleegde de wond, waste mijn kleren, sprak me heel af en toe bestraffend toe, maar was nooit streng. En niet alleen mijn moeder was vaak of altijd thuis, eigenlijk alle moeders in ons dorp waren dat. Sommigen werkten om wat bij te verdienen, maar dat was nooit meer dan een paar ochtenden of middagen. De moeders onderling vormden een krachtig sociaal netwerk waarbinnen problemen werden besproken, opgelost of voorkomen. Als er thuis even iets was, ging je gewoon bij de buurvrouw spelen. Natuurlijk waren er ook moeders die soms tegen wil en dank thuis zaten. Die goed konden leren maar niet meer dan mulo mochten doen. Die nadat ze kinderen hadden gekregen, automatisch ontslagen werden en die, als de kinderen uit huis waren, dachten: Nu is het mijn beurt!

Sinds de jaren 70 is de maatschappij veranderd, dat kon niet anders. Je kunt meisjes het recht op een mooie carrière niet ontzeggen. Vrouwen op de arbeidsmarkt zijn sowieso een bittere noodzaak om de economie draaiende te houden en een huis kopen op één inkomen kan alleen nog in Oost-Groningen. We leven in de tijd waarin gelijke kansen voor iedereen centraal staan. Waar de mogelijkheden van het individu ongelimiteerd zijn en waar het steeds gebruikelijker is dat vrouwen topposities bekleden.

En toch. Terug naar de tijd van de jaren 70 wil ik niet. Ook ik zit mijn eigen dochter dagelijks achter de broek om haar rechtenstudie aan de universiteit met mooie cijfers af te ronden, zodat ze economisch zelfstandig kan zijn. Maar een goed alternatief voor de moeders van toen heeft onze maatschappij niet gevonden. De rust van het koekje bij de thee of koffie om half vier heeft plaatsgemaakt voor continue stress. De zorgtaken van toen zijn neergelegd op andere plaatsen zoals bij school, verenigingen of huiswerkbureaus. Die doen hun best, maar zijn feitelijk opgericht met een ander doel. Het verrichten van zorgtaken gaat ook ten koste van de kwaliteit van de dienstverlening, hoeveel geld je er met NPO-programma’s ook in stopt. Extra geld heeft sowieso beperkt nut als de dienstverleners, in ons geval de docenten, er gewoonweg niet zijn.

We zijn op weg naar Pasen. Nog een paar dagen. Pasen is vooral het feest van vergeving van de zonden. Maar Pasen is toch ook het verhaal van de liefde van een moeder voor haar zoon. Een moeder die het vanzelfsprekend vond dat haar leven in het teken stond van haar kind. Het klinkt misschien heel zwaar of gelovig en in 2022 kun je niet meer aan komen zetten met Bijbelse wijsheden, maar toch denk ik met Pasen niet aan de paashaas of aan ‘urbi et orbi’, maar aan mijn moeder. Ze is er helaas niet meer. De paasbroodjes waren thuis altijd aangebrand of ik moest met Pasen sporten aan de andere kant van Nederland. Maar ik blijf haar dankbaar.

Ik wens iedereen fijne Paasdagen en alvast een mooie en zonnige meivakantie.

Administratie