De rector spreekt: Oekraïne

In 2008 was ik voor het eerst in Rusland, in Sint-Petersburg. Een beetje Amsterdam, maar dan nieuw aangelegd. Indrukwekkend zijn de Nevsky Prospekt, de bruggen en de metro die honderden meters diep onder de moerassige grond is aangelegd. Onze begeleider ter plaatse had tickets geregeld voor het ballet in het beroemde Mariinski-theater en zo zat ik, vier bedrijven van veertig minuten lang, in een van de mooiste gebouwen van Europa. Nog steeds heb ik diep respect voor de figuranten die een heel bedrijf lang, roerloos op het podium stonden. Van de dans kan ik me helaas minder herinneren. Naast mij zaten een man en vrouw van rond de zeventig, eenvoudig gekleed, maar intens genietend van de voorstelling. In een pauze vertelden zij me in een soort gebrekkig Duits-Engels dat ze twee jaar hadden gespaard om kaartjes te kunnen kopen, maar dat ze nog nooit zo’n fijne avond hadden gehad. Ze hadden twee zonen, één werkte in Moskou en zagen ze bijna nooit, de andere zat in het leger. Een beetje tegen wil en dank: “No arbeit, now army”.

Het Rusland na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is een ingewikkelde staat, eigenlijk een federatie. Heel complex onderverdeeld in provincies, republieken, oblasten, steden, enz. Veel te groot om op een of andere manier samenhangend te besturen en veel te verdeeld om over een land te spreken. De Russen hebben veel pech gehad met hun leiders, die zich in het begin democratisch presenteerden, maar uiteindelijk toch gewoon dictators bleken te zijn. Een groot deel van de bevolking heeft maar beperkt toegang tot de welvaart, hoe westers de grote steden er ook uit mogen zien. Onderdrukking en geweld is en blijft aan de orde van de dag.

Ook ik had nooit gedacht dat Rusland de Oekraïne binnen zou vallen. Op een of andere manier geloof je toch steeds in de goedheid van de machthebbers, terwijl je eigenlijk wel beter weet. Oekraïne ontwikkelde zich in de ogen van de Russische leiders veel te snel tot een Europese, welvarende staat, wat negatief afstraalde op Rusland. Het Rusland dat weliswaar militair gezien een grootmacht is, maar dat maar beschikt over een zeer bescheiden economie, vergelijkbaar met Nederland en België samen. Nooit in staat om West-Europa bij te benen en dus doen ze wat elk jaloers kind doet: ze maken het nieuwe speelgoed van de ander kapot. Terug in je hok jij, of je krijgt klappen! Dat ze een deel van hun eigen bevolking daarbij pijn doen, lijkt weinig indruk te maken op de Russische leiders. Je verpakt jouw agressie gewoon in een ideologie van een groot en machtig land dat eindelijk opkomt voor waar zij recht op heeft. Niets nieuws onder de zon.

Europa en de Verenigde Staten reageren op de enige manier waarop ze kunnen reageren: Ze leggen Rusland economische sancties op die, hoe spijtig ook, vooral de gewone Rus zullen treffen. Daarnaast is er veel sympathie voor de bevolking van Oekraïne die massaal op de vlucht is en soms niets meer heeft. Ook het Mill Hill College komt in actie voor de Oekraïners en wij zamelen zo veel mogelijk geld en goederen in. Een prachtig initiatief en hartverwarmend om te zien. Misschien is het een druppel op de gloeiende plaat, maar je doet wat je kunt doen. Onze kernwaarden ‘verbonden en betrokken’ geven we daarmee ook echt inhoud. Op zijn Rotterdams zou je zeggen: geen woorden maar daden.

En toch moet ik steeds terugdenken aan die avond in het Mariinski-theater en aan de inmiddels oude vrouw die naast mij zat. Zij wilde vast geen oorlog, heeft misschien niets meer te eten en wie weet of haar zoon die in het leger zat, nog in leven is. Ze wilde eigenlijk alleen maar graag naar het theater toe, heeft nul invloed op haar land of leiders en is vooral slachtoffer. Net als de bevolking van Oekraïne, maar dan alleen aan de andere kant van de grens geboren. In tijden van crisis is het eenvoudig en verleidelijk te denken in termen van goed en fout. Ook ik maak me er schuldig aan. Maar als je het afpelt naar menselijke niveau zijn er eigenlijk alleen maar verliezers in deze oorlog. Uiteindelijk zal Rusland Oekraïne wel op de knieën krijgen of de economie zo beschadigen dat het weer een halve eeuw duurt om iets van welvaart op te bouwen. En op een of andere manier zal de rust terugkeren. Tot die tijd kunnen wij alleen doen wat elk mens kan doen: de ander helpen. Los van wie die ander is of waar die ook woont.

Administratie