De rector spreekt:

Komende zomer bezoek ik weer eens de Verenigde Staten. Een uitgestelde reis voor mijn vijfentwintigjarig huwelijk. Het is zeker niet mijn eerste keer over de grote plas. Ik streep weer twee staten af en ben dan op zeven na, in alle staten geweest. Vaak voor mijn werk en soms slechts een paar minuten, maar het is toch een gegeven waarmee je op verjaardagen scoort. Al sinds mijn jeugd heb ik een fascinatie voor de VS, één van mijn kinderen heeft er gestudeerd, thuis volgen we de grote Amerikaanse sporten en nergens zijn de landschappen zo afwisselend als aan de westkust. Waarom reist iemand graag? Mij gaat het vooral om het ontdekken, om iets nieuws te leren, om mooie steden en landschappen te zien en om mensen te ontmoeten. Ik bereid me altijd goed voor, maar in de VS is ook de spanning van het onbekende een belangrijk onderdeel van de reis.

Het onderwijs is ook een reis, de docent de reisleider en de leerling de reiziger. De docent is al eens op de plek van bestemming geweest, kent de hoogtepunten en zorgt ervoor dat de leerling niet in het ravijn valt. De reis is afwisselend, soms voorspelbaar en af en toe spannend. De reiziger van nu is anders dan die van twintig jaar geleden, met meer behoefte aan afwisseling. De oude brochure wordt niet meer gelezen, maar de leerling wil het graag allemaal virtueel, realtime beleven. Het onderweg zijn, is net zo belangrijk als de bestemming bereiken. Geen enkel reisgezelschap is hetzelfde. De echte reisleider weet wat de groep nodig heeft en kan hier op inspelen. Ook als het een dagje slecht weer is, heeft de docent voldoende goede ideeën in de rugzak om er toch een leuke reisdag van te maken.

Afgelopen week sprak ik de leerlingenraad. Grote en kleine thema’s wisselen tijdens zo’n gesprek elkaar af. Soms gaat het over broodjes en toiletten, maar vaak ook over het onderwijs, over veiligheid en over welzijn. De voorzitter nam het woord en zei: “Sommige mentoren zouden meer de mens achter de leerling moeten zien. Zeker na coronatijd”. Daar schrok ik wel van. Op zich scoren onze mentoren altijd goed tijdens evaluaties en leerlingen komen naar onze school voor de menselijke benadering. Hebben we ergens een afslag gemist? Heeft corona ons beeld en dat van de leerling blijvend veranderd? Zijn we, om de metafoor van de reis erbij te halen, veel te veel bezig met het reisdoel en vergeten we de reis zelf? Dwingen we de reiziger te veel het reisdoel belangrijk te vinden?

Ik kan geen antwoord geven op de opmerking van de leerlingenraad. Daarvoor moeten we eerst met de betrokken leerlingen in gesprek. En als er oplossingen moeten komen, dan gaat het over de relatie tussen de leerling en de docent. Daar moet het management over geïnformeerd zijn, maar de docenten moeten de vrijheid hebben om dat te doen wat hun leerlingen nodig hebben. Geen generiek beleid, maar maatwerk, passend bij de leeftijd, de opleiding en de problemen van de leerlingen. Elke reisgroep is anders, de reisleider moet daar op inspelen. Het management moet zorgen dat de reisleider zijn werk kan doen, maar niet in de valkuil stappen om de reis zo vast te leggen dat elke creativiteit verdwijnt. Daarom werken we volgend schooljaar in nieuwe, kleinere teams. Rondom leerlingen georganiseerd. Onze school is net als de Verenigde Staten een plek van ongekende mogelijkheden. We moeten het alleen opnieuw met elkaar gaan ontdekken. Dat is spannend en leuk tegelijkertijd.

Administratie